Impressies van de juryleden 2016

‘Recht is gebaat bij kritische journalistiek’

 

Geert Corstens, juryvoorzitter en voormalig president van de Hoge Raad

‘Het is goed dat er zoveel op dit gebied gebeurt’

‘Wat mij opviel was dat er heel veel mooie, goede inzendingen waren. Niet alleen artikelen of boeken, maar ook televisieseries en zelfs uitingen op social media. Persoonlijk vind ik het goed dat er zoveel op dit gebied gebeurt. Tien jaar geleden zou je dat nog niet gezien hebben.

Het werk van mevrouw Belleman is een mooi voorbeeld. Zij schrijft niet alleen haar artikelen in De Telegraaf, maar twittert ook over de zaken waarvan zij verslag doet. Andere mensen reageren daar weer op. Dat spreekt mij aan. Toen ik nog president was van de Hoge Raad, zijn we zelf ook met een Twitter-account begonnen. Als er een uitspraak was, wilden we dat zo snel mogelijk wereldkundig maken. 140 tekens is niet veel om een zaak uit de doeken te doen, maar het is van belang om er ervaring mee op te doen. Televisieseries zijn ook nieuw, terwijl een boek juist weer traditioneel is.

We ontvingen bij elkaar 28 inzendingen, die we beoordeeld hebben op een vijftal criteria. Het eerste was toegankelijk: is de inhoud ook te behappen voor mensen die geen juridische achtergrond hebben? Dan de vraag naar de kwaliteit. Is de productie gebaseerd op gedegen onderzoek? Het derde criterium was of de inzending innovatief was. Of het iets nieuws te bieden had, wat kon slaan op de methode of het onderwerp. Was de inzending origineel? En tenslotte het criterium maatschappelijke relevantie, want het moet natuurlijk wel ergens over gaan! Een puur technisch onderwerp kan belangrijk zijn, maar dan ontbreekt toch vaak de relevantie.

We hebben uiteindelijk unaniem één winnaar uitgekozen. We hebben niet bij handopsteking hoeven te stemmen. We hebben er gezamenlijk over gepraat, en al pratend kom je tot overeenstemming over de vraag wie gewonnen heeft.’

 

 

Marianne Bloos, hoofdofficier van justitie, Functioneel Parket

‘Goede journalistiek verschaft inzicht in ons werk’

‘Het viel me op dat er ook kwalitatief goede journalistiek tussen de vele inzendingen zat. Dat is fijn, omdat journalistiek een schakel vormt tussen ons werk en de samenleving. Het gaat niet alleen om spannende verhalen over misdrijven. Nee, goede journalistiek kan mij en de collega’s in mijn vakgebied een spiegel voorhouden. En wat ook belangrijk is: het verschaft anderen inzicht in ons werk. Het helpt wanneer anderen onze positie en rol begrijpen en deze in de juiste kaders en context kunnen zetten. Begrip is belangrijk om draagvlak te behouden.

De Jacques van Veen Persprijs moet een stimulans zijn voor goede journalistiek en het signaal afgeven dat wij goede journalistiek zelf ook belangrijk vinden. Ik zal niet zeggen dat begrip en draagvlak nu belangrijker zijn dan vijftig jaar geleden, want dat is niet zo, maar elk tijdperk heeft zijn eigen invalshoek. De wereld beweegt tegenwoordig sneller, alles is vluchtiger, terwijl zaken die met recht te maken hebben, juist níet vluchtig zijn. In een tijd dat het vertrouwen in instituties lijkt af te nemen, is het des te belangrijker dat er begrip is voor ons werk. Want als er geen begrip is, is er geen vertrouwen en geen draagvlak.

Het is juist dat burgers steeds minder kranten lezen en dat door de komst van internet op mobiele apparaten het nieuws steeds sneller is. Het wordt dus moeilijker om ons werk uit te leggen. Daar hebben ook journalisten mee te maken. Als journalist probeer je een schakel te zijn in de samenleving. Dan moet je de nuance zoeken tussen snelheid en verdieping. Veel inzenders hebben daar op een goede manier vorm aan gegeven.’

 

 

Jeroen Smit, journalist en voormalig hoogleraar journalistiek

‘Journalisten moeten experimenteren’

‘Pas toen ik alle inzendingen voor de Jacques van Veen-prijs binnen kreeg, besefte ik hoeveel journalistiek werk er wel niet op het gebied van justitie wordt gemaakt. Dat is hoopgevend, want de journalistiek staat in het algemeen onder druk. Als je bijvoorbeeld naar de Amerikaanse verkiezingen kijkt, moet je concluderen dat gewone journalistiek er niet meer toe doet. Ik las dat de helft van de Amerikanen zijn informatie alleen van kanalen als Facebook en Twitter haalt! Daarom komt een man als Donald Trump er ook mee weg dat hij alleen maar leugens en lawaai produceert.

Rechters en officieren van justitie liggen tegenwoordig onder vuur. De vanzelfsprekendheid van de rechtspleging bestaat niet meer. Je hebt goede journalistiek nodig om te begrijpen wat er in de rechtbank gebeurt. Vroeger was dat begrip er misschien ook niet, maar toen had je nog wel ontzag voor die instituties. Dat is nu verdwenen.

Nu er steeds minder kranten en tijdschriften gelezen worden, moeten journalisten experimenteren met andere vormen. Het is boeiend om te zien hoe ze met nieuwe media omgaan. Ik ben geen expert op het gebied van verslaggeving op dit terrein, en ik kan daarom wel zeggen dat het jurylidmaatschap mij heeft verrijkt. Dat geldt niet alleen voor de inzendingen, maar zeker ook voor de samenwerking binnen de jury.’

 

Pieter Broertjes, burgemeester van Hilversum en oud-hoofdredacteur van de Volkskrant

‘Variatie inzendingen toont belang van deze prijs’

‘Wat me opviel in de doos vol artikelen, boeken, scripties, tv-series en andere uitingen die voorzitter Ad van Liempt van de stichting Persprijs Jacques van Veen me deze zomer overhandigde, was de enorme variatie. Niet alleen wat de aard van de producties betreft, maar ook dat jong en oud werk heeft ingestuurd, zowel journalisten die veel ervaring op dit terrein hebben als mensen die net zijn begonnen. Dat geeft aan dat men deze prijs belangrijk vindt.

Interessant is het om te zien hoe iemand als genomineerde Saskia Belleman erin slaagt om op verschillende podia verslag te doen van hetgeen zij waarneemt in de rechtszaal en daarbuiten. In een tijd als deze is het belangrijk om daarmee ervaring op te doen, want het recht gaat iedereen aan.

We hadden geen taakverdeling binnen de jury, maar ik heb me vooral geconcentreerd op de criteria maatschappelijke relevantie en toegankelijkheid. Was het ook voor leken te bevatten? Ik merkte al snel hoe moeilijk het was om appels met peren te vergelijken. Hoe vergelijk je een boek, met een reeks artikelen of een televisieserie? Dat is ondoenlijk. Uiteraard moesten we uiteindelijk één prijswinnaar uitkiezen, maar dat zegt niets over de kwaliteit van de andere genomineerden. Die was uitstekend.’

 

Dirk Leestmans, journalist VRT Nieuwsdienst

‘Recht niet alleen overlaten aan juristen’

‘Ik was blij verrast door de doorgaans hoge kwaliteit van het ingezonden werk. Blij ook dat er een evolutie heeft plaats gevonden. Jacques van Veen deed in zijn tijd verslag van wat er in de rechtszaal gebeurde, maar tegenwoordig heeft men ook aandacht voor hetgeen zich daarvoor afspeelt, zoals opsporing en recherche. Het is goed dat journalisten het totale beeld in het oog houden.

Er gaan wel eens stemmen op bij de advocatuur en de magistratuur dat journalisten hun plaats moeten kennen en dat ze eigenlijk alleen over zaken zouden mogen berichten nadat er een vonnis is gewezen. Die mening deel ik niet. Er hoort een gezonde spanning te zitten tussen journalisten en de wereld van het recht. Ook kritische journalistiek levert een bijdrage aan de rechtsstaat. Het recht is te belangrijk om alleen aan juristen over te laten.

Het lidmaatschap van de jury bracht een pak werk met zich mee, maar dankzij de kwaliteit van de inzendingen heb ik het met veel plezier gedaan. Het was aangenaam en leerzaam. Het was leuk dat er ook behoorlijk wat inzendingen vanuit België kwamen. Deze prijs is natuurlijk van origine een Nederlandse aangelegenheid, maar hij krijgt nu ook bekendheid in België. Daar spelen dezelfde ontwikkelingen als in Nederland.’

 

 

Jens van den Brink, advocaat bij Kennedy van der Laan

‘Journalisten hebben ook oog voor kleine zaken’

‘De inzendingen vielen duidelijk in twee categorieën uiteen. Aan de ene kant had je de diepgravende journalistiek, die misstanden blootlegt en soms de kijk op rechtspraak verandert. En aan de andere kant de verslaglegging van wat er in de rechtszaal gebeurt. Beide soorten zijn nodig, om te laten zien hoe het recht werkt en om de rechtsgang te controleren, maar dat maakte het kiezen van een winnaar wel erg moeilijk.

De kwaliteit van beide categorieën zit hem ook in verschillende dingen. Je hebt de journalisten die iets op het spoor zijn en zich erin vastbijten, en je hebt journalisten die de stamina hebben om elke dag opnieuw naar de rechtbank gaan. Mooi van die laatste groep journalisten vind ik dat ze ook oog hebben voor kleine zaken, het kleine leed en de conflicten waar de meeste rechtszaken over gaan en waarin het publiek zich ook gemakkelijk herkent.

Het onderscheid maakte het aanwijzen van een winnaar moeilijk. Daar hebben we het in de jury ook uitgebreid over gehad. Dat de genomineerden ook uit beide categorieën komen, en dat er niet alleen artikelen, maar ook boeken, televisieseries en uitingen op social media zijn, betekent overigens niet dat we per se van elke categorie een kandidaat wilden hebben. We hebben gewoon gekozen wat we het beste vonden.’