Impressies van de juryleden 2010

Ahmed Aboutaleb: ‘Journalisten aansporen tot werken op bepaald niveau’

De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb is voorzitter van de jury. Door de Persprijs worden, in zijn ogen, journalisten aangespoord om kwalitatief hoostaande journalistiek af te leveren.’

‘De kwaliteit van de negentien inzendingen was verschillend – maar dat is misschien inherent aan de diversiteit die de Persprijs Jacques van Veen toelaat. Het varieerde van stukken die lazen als een ‘scriptie’ tot buitengewoon boeiende documentaires. De juryleden hadden vaak het gevoel, appels met peren te moeten vergelijken. Daar komt ook de eigen voorkeur bij. De een vindt het belangrijk als vooral de feiten behandeld worden door een journalist. Een ander legt de nadruk op achtergronden en analyses. Ik zelf vind dat bij justitieverslaggeving het accent moet liggen op de feiten en de waarheidsvinding. Maar dan wel met oog voor alle procespartijen. Ondanks de grote variëteit aan inzendingen en de persoonlijke smaak van de juryleden, kwamen we toch vrij snel tot een consensus over de beste inzendingen. Daaruit blijkt dat er dus ook objectieve normen bestaan voor de kwaliteit van journalistieke producties. Overigens vind ik dat ook het grootste belang van deze prijs. Journalisten worden aangespoord hun werk tot een bepaald niveau te verheffen. En ze worden gewezen op hun grote verantwoordelijkheid als beroepsgroep. Het gaat tenslotte om de belangrijke relatie tussen rechtsstaat en procesvoering en de verslaggeving. Die relatie krijgt, door de Persprijs, extra aandacht. En dat lijkt me zeer zinnig in de huidige maatschappij, waarin justitieverslaggeving een vooraanstaand genre is.’

Yvesdesmet

Yves Desmet: ‘Vlaanderen kan nog een hoop leren van Nederland’

Yves Desmet, politiek commentator bij de Vlaamse krant De Morgen, hoopt via Persprijs op betere relatie media en rechtspraak in Vlaanderen.

‘Hier, in Vlaanderen, is de relatie tussen de gerechtsverslaggevers en justitie over het algemeen weinig harmonieus. De journalisten krijgen vaak het verwijt dat ze te sensationeel en weinig nauwkeurig zijn. De media vinden dat de rechterlijke macht de onafhankelijkheid verkeerd invult en nog teveel in de ivoren toren zit. Door deze Persprijs komen die verschillen van inzicht ook hier onder de aandacht en dat zou de relatie tussen pers en justitie kunnen verbeteren. Een Persprijs als deze acht ik zeer waardevol. Omdat daarmee wordt vastgesteld aan welke kwaliteitsnormen justitiejournalistiek zou moeten voldoen. Die normen blijken redelijk objectief vast te stellen: we waren er als jury vrij snel uit welke inzendingen de beste waren. Maar daarnaast komt door de publiciteit rond de Persprijs ook naar voren wat er van de justitiewereld gevraagd wordt om de media zo goed mogelijk te faciliteren om hun belangrijk werk te kunnen doen. Dat is zeker in Vlaanderen belangrijk, waar niets formeel geregeld is voor gerechtsverslaggevers. Er is hier geen persrichtlijn of een ‘Rechtspraak.nl’, waar veel vonnissen openbaar gemaakt worden. Alle 27 arrondissementen in Vlaanderen voelen zich ‘keizertjes op hun eigen grondgebied’, die zelf bepalen wat wel en niet naar buiten komt en de manier waarop dat gebeurt. Er zijn geen uniforme regels. Wat dat betreft kan Vlaanderen een hoop leren van Nederland.’

Penn – te Strake: ‘Méér juridische kennis nodig voor justitieverslaggevers’

Hoofdofficier van justitie in Maastricht Annemarie Penn-te Strake heeft jarenlange ervaring met de media. Zij constateert dat het nog steeds te veel justitieverslaggevers ontbreekt aan inhoudelijke juridische kennis.

‘Het Openbaar Ministerie en de media hebben een grote, gezamenlijke verantwoordelijkheid: het dienen van de samenleving. Hoewel wij natuurlijk een soort haat-liefdeverhouding hebben door de soms tegenstrijdige belangen, zullen wij met respect voor elkaars mogelijkheden en onmogelijkheden, in goed vertrouwen, met elkaar moeten optrekken om de samenleving te geven wat nodig is. Dat wederzijds vertrouwen ontbreekt echter nogal eens. Er zijn ook nog steeds teveel journalisten die te weinig kennis hebben van het strafrecht. En dat is wel nodig om, zoals Jacques van Veen deed, een zuivere weergave van de feiten te kunnen geven. Het strafrecht is heel sexy en dagelijkse kost. Het vak van justitieverslaggever zou daarom weer een echt specialisme moeten zijn en niet het werk van een algemeen verslaggever. Bij de inzendingen voor de Persprijs zag je die verschillen – tussen mensen met kennis van zaken en zij die dat wat minder hebben – ook duidelijk. Om in aanmerking te komen voor de prijs is die zuiverheid in de weergave van feiten een belangrijk element. Want dit kenmerkte in hoge mate ook het werk van Jacques van Veen. Evenals zijn manier om helder en duidelijk de maatschappelijke relevantie van het recht te belichten. Een goed justitieverslaggever voldoet aan deze beide criteria.’

Van Liempt: ‘De media verslaan helaas steeds minder “gewone” rechtszaken’

Journalist en televisiemaker Ad van Liempt heeft zijn sporen in de journalistiek verdiend. Tot zijn spijt ziet hij het vroegere specialisme ‘rechtbankverslaggeving’ naar de achtergrond verdwijnen.

‘Er is, binnen de hele journalistiek, een duidelijke tendens waarbij het grote nieuws alsmaar groter wordt en het kleinere nieuws steeds kleiner. Dat betekent dat de media alleen nog maar aandacht, veel aandacht, geven aan de heel grote processen en belangrijke strafzaken. Volslagen disproportioneel, bijvoorbeeld, is de media-aandacht voor het proces tegen Geert Wilders. Ik ben natuurlijk blij met camera’s in de rechtszaal en live registratie van een zaak als deze, maar het slokt alle ruimte op die voor justitie bij de media is ingeruimd. Voor de kleinere, gewonere zaken, die dicht bij de mensen staan, is simpelweg geen plaats meer. Dat vind ik jammer, want justitieverslaggeving, en zeker op de manier zoals mijn icoon Jacques van Veen dat deed, is een belangrijk maatschappelijk onderwerp, dat ruimschoots aandacht zou moeten krijgen. Maar dan wel op de manier zoals Van Veen daarvan verslag deed: glasheldere verslaggeving én analytisch op een manier die begrijpelijk was voor zowel leken als insiders. Vakmensen van zijn kaliber zie je steeds minder. Maar ze bestaan nog wél. Dat is me wel duidelijk geworden bij het jureren voor deze prijs. Ik heb steeds de stijl en de werkwijze van de man die ik altijd zo bewonderde voor ogen gehad en was blij verrast over het niveau van de inzendingen.”

Germ Kemper: ‘Een duivelse opgave’

De deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten, Germ Kemper, vond het jureren een lastige klus.

‘De negentien inzendingen zijn allemaal zo verschillend van aard en soort dat het een duivelse opgave is om een goede vergelijking te maken. Er is geen helder, gemeenschappelijk criterium waaraan de inzendingen moeten voldoen en dat maakt het lastig. Voor mij is het belangrijk dat een deelnemer aan de Persprijs een bijzondere invalshoek gekozen heeft. Iets dat bijdraagt aan de maatschappelijke discussie. Om voor deze prijs in aanmerking te komen moet justitieverslaggeving spannend zijn en een nieuw licht werpen op een onderwerp. Of er moet iets boven water gebracht worden dat eerder niet aan de orde kwam.
De kwaliteit van de justitieverslaggeving in de breedste zin van het woord verbetert de laatste jaren sterk. Er blijft natuurlijk een wankel evenwicht in de relatie media en rechtspraak, vanwege de soms moeilijke belangenafweging tussen privacy en openbaarheid. Met dat probleem worstel ik zelf als deken ook regelmatig wanneer journalisten iets willen weten over een advocaat. Dan kom je in een kleine spagaat terecht tussen de belangen van de advocaat in kwestie en de openbaarheid. In grote lijnen, echter, begint de rechterlijke macht steeds beter te begrijpen wat er nodig is om de media in staat te stellen hun werk te doen. En hoe belangrijk de media zijn voor een toegankelijke rechtspraak.’