Interview met prijswinnaar Michiel Princen

Prijswinnaar Michiel Princen weer bezig met een nieuw boek

‘Gelukkig als een monnik onder een tl-balk’

‘Ik heb tien jaar bij de recherche in Amsterdam gewerkt, van 2004 tot 2014. Daarvoor werkte ik als journalist, eerst bij de financiële redactie van De Telegraaf, waar ik na twee weken een fraudezaak op mijn bureau kreeg, daarna bij het toen dagelijkse tv-programma van Peter R. de Vries, en tenslotte het financiële weekblad FEM. Maar uiteindelijk wilde ik meer de diepte in, niet meer aan de zijlijn staan, maar impact hebben. Als journalist heb je ook invloed, maar dat is indirect. Als rechercheur is dat anders. Soms zie je je invloed zelfs terug tot ín het vonnis van de rechtbank, als de rechter de specifieke feiten vermeldt die jij en je collega’s in je team helemaal hebben uitgediept. “Daar is de verdachte niet mee weggekomen”, denk je dan.’

Soms vatten verdachten het persoonlijk op als je jarenlang met hun zaak bezig was. Ik bekeek het van de andere kant. Wat zou er gebeuren als we de zaken níet tot op de bodem uitzochten? Het strafrecht is het prikkeldraad rond onze waarden en normen. Pas als het pijn doet, komen mensen tot de conclusie dat ze bijvoorbeeld niet moeten frauderen. Er is bij de recherche óók behoefte aan monniken die onder
een tl-balk allerlei stukken bestuderen en uitpluizen. En daar gelukkig mee zijn. Het lijkt misschien niet spannend, maar ik voelde me thuis in het werk. Als je iets ontdekt, geeft dat je een enorme kick.

Blusdeken

Aanvankelijk kwam het helemaal niet bij me op om een boek te schrijven. Maar door de jaren heen zag ik herhaling optreden, zag ik wat er soms mis ging. Je merkt dat jouw observaties in gesprekken met collega’s en leidinggevenden worden bedekt met een blusdeken van clichés. Je vraagt je af of jouw waarnemingen wel kloppen, en of er niet iets mee gedaan moet worden. Als een organisatie mensen niet wilt ontmoedigen, moet zij zinnig omgaan met zinnige opmerkingen. Dooddoeners werken als een virus en werken cynisme in de hand.

Om mijn eigen gedachten te ordenen, ben ik er na een jaar of acht mee begonnen ze op te schrijven in een schriftje. Schrijven dwingt je na te denken. Tegen de tijd dat je aan je tweede schriftje begint, besef je dat je er misschien wel iets mee moet.

Een van de dingen die me opvielen, was dat zij-instromers veel te weinig kans op promotie maken. Een andere plek, een coördinerende rol zat er voor mij niet in, net zo min als voor bijvoorbeeld juristen en accountants, omdat ze zogezegd “geen blauwe broek versleten” hadden. Je loopt het risico dat je extra hard gaat werken. Ik heb genoeg mensen gezien die een burn-out kregen, of beter gezegd een bore-out, omdat ze te lang onder hun niveau werkten. Als zij-instromers na een paar jaar gefrustreerd vertrokken, zei men: zie je wel!, maar men zag niet waar de oorzaak lag. De politie doet erg zijn best om mensen van buiten binnen te halen, maar er is geen beleid om ze binnen te houden.

Nadat ik was opgestapt, had ik natuurlijk geen inkomen. Ik beneerst een paar maanden van m’n spaargeld naar Spanje gegaan, waar ik de eerste hoofdstukken van mijn boek “De gekooide recherche” uitwerkte. Het móest goed worden, want ik had nog geen contract met een uitgever. Ik moest ook de juiste toon vinden, want al heb ik kritiek op de politie, ik ben loyaal aan mijn collega’s en aan het werk – het breiwerk, zeg maar, dat je elke dag weer oppakte.

Nadat het boek gepubliceerd was, merkte ik al snel dat het iets in gang had gezet. De eerste die me voor een gesprek uitnodigde, was Herman Bolhaar, voorzitter van het college van procureurs-generaal. Hij vond dat er iets gedaan moest worden met mijn bevindingen. Daarna kreeg ik allerlei uitnodigingen van collega’s overal in het land om te komen praten. Zíj herkenden de dingen die ik had opgeschreven. Uiteindelijk werd ik ook door de top van de politie uitgenodigd. Dat ik nu de Persprijs Jacques van Veen heb gekregen, bevestigt dat mijn boek iets heeft betekend.

Wat nu? De afgelopen maanden heb ik meegewerkt aan het justitieel rapport “Handelen naar waarheid”, maar die klus zit erop. De lezingen in het land lopen ook op hun einde. Inmiddels ben ik begonnen aan een nieuw boek, over het faillissement van een groot bedrijf, dat in het najaar van 2017 moet uitkomen. Ik ben weer lekker aan het spitten.’

 

michielprincen@hotmail.com