Juryrapport 2001

Grensverleggende rechtbankjournalistiek

Hebt u wel eens appels en peren vergeleken? Knollen en citroenen onderscheiden? Zo, dames en heren, heeft de jury voor de Justitiepersprijs, vemoemd naar ’s lands klassieke rechtbankverslaggever Jacques van Veen, zich deze zomer verschillende keren gevoeld. Het was een geweldig, vooral ook gevarieerd karwei dat we – enthousiast, maakt u zich geen zorgen! – te verstouwen hadden. Maar liefst achttien inzendingen was de oogst van de oproep om mee te dingen naar de prijs. Afkomstig van velerlei zijde. Van hoofdredacties, van collega’s, van auteurs zelfs — ja, tot rechtbanken toe.

En wat er werd ingestuurd, liep uiteen van juridische analyses tot journalistieke reportages, van talkshows voor radio en discussieprogramma’s voor televisie tot interviews in kranten en tijdschriften.Het was, kortom, een bonte schaal met gevarieerd fruit.

Geconfronteerd met al die inzendingen, vraagt de jury zich af waarom het zo lang heeft moeten duren tot er weer een Jacques van Veen-prijs kon worden uitgereikt. Maar liefst veertien jaar: in 1987 ging de prijs naar Violett Cotterell, rechtbankverslaggever van Het Parool. Daarna werd het stil. Aan gebrek aan journalistieke kwaliteit kan het niet hebben gelegen. Wij zijn getroffen door het hoge peil van wat ooit domweg rechtbankverslaggeving heette.

Wat aanvankelijk een ondergeschoven kind was – nog in de jaren dertig verscheen er in de Verenigde Staten een handboek over ‘Newspaper Management’ waarin de auteur, een hoofdredacteur, zich verontschuldigde over ‘dit soort berichten’ – heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een serieuze, degelijke tak van journalistiek. Misschien wel het beste bewijs: geen enkel dagblad kan meer zonder, ook niet de bladen die zich kwaliteitskrant noemen. En het heeft navolging gevonden op radio en televisie. Ook de rechtbankjournalistiek van nu is niet meer de rechtbankverslaggeving van toen. Vroeger was de rechtbankverslaggever strikt gebonden aan de zittingszaal. Samen met de tekenaar – ach ja, die tekeningen… – schetste men een vaak realistisch beeld van moord, doodslag en wat zoal meer fout gaat tussen mensen. Sinds enkele jaren is de rechtbankverslaggever uitgezwermd. Ook als de journalist niet al zelf misdaad opspoort, beweegt hij/zij zich op het brede terrein van reconstructie, analyse en interpretatie van wat op het terrein van recht, rechtspraak & rechtshandhaving voorvalt. En dat levert meer dan eens fraaie staaltjes vertelkunst op.

Hoe die te beoordelen?
Na ampel beraad heeft de jury — na een eerste selectie – de inzendingen beoordeeld aan de hand van zes criteria:
stijl;
scherpte;
maatschappelijke relevantie;
toegankelijkheid, met name voor een breed publiek;
inhoudelijke kwaliteit;
originaliteit.

Voor elk van die onderdelen zijn punten toegekend. En dat levert op een gegeven moment een winnaar op. Zo simpel kan jureren zijn…

Uit de achttien inzendingen zijn in eerste instantie drie inzendingen genomineerd. Onderling sterk verschillend, staken zij er – in hun soort – duidelijk bovenuit. Laat ik ze met u langslopen – in alfabetische volgorde.

Joost Oranje

Joost Oranje, NRC Handelsblad. Wat voorlag was zijn berichtgeving over de jaren 1998 t/m 2000 over wat de Clickfondsaffaire is gaan heten. Zijn verslag was – in een woord -meeslepend: het las als een spannend jongensboek. De heer Oranje bleek een goed geïnformeerd journalist met grote dossierkennis. Zijn stukken waren toegankelijk, al vergde het soms een wat lange adem om het te blijven volgen. De juridische vragen die in al die zaken spelen bleef wel eens in die vele woorden verscholen of soms zelfs onvermeld. De maatschappelijke relevantie van die berichtgeving behoeft geen betoog, lijkt me. Maar wat ‘front running’ is heeft de jury uit deze artikelen toch niet helemaal begrepen.

Ad Rijken

Van geheel ander soort is de ingezonden productie van Ad Rijken, rechtbankverslaggever van het Brabants Dagblad. Voor wie die krant niet dagelijks leest: hij schrijft wekelijks een column waarin – en dat heeft de jury zeer getroffen – op goede, evenwichtige manier de dilemma’s worden getoond waarvoor rechters, officieren van justitie en wetgevers met de regelmaat van de klok komen te staan. Zijn stukken zijn relativerend, verfrissend en stemmen tot nadenken. Ook beginnende rechtenstudenten zouden er veel van kunnen opsteken. Rijken is slechts een enkele keer op een foutje te betrappen. Zoals waar hij het doet voorkomen als was er in de Puttense herzieningszaak sprake van nieuw DNA-bewijs dat ten tijde van de strafzaak nog niet bekend was.

Heikelien Verrijn Stuart

Dat rechtbankverslaggeving zich niet beperkt tot de krant, daarvan is de inzending van Heikelien Verrijn Stuart een goed bewijs. Zij werkt voor het Radio 1-Journaal en voor de televisierubriek Nova. En zij houdt zich met een geheel nieuwe tak van strafrechtspraak bezig: het Joegoslavie Tribunaal in Den Haag. Dat doet mevrouw Verrijn Stuart toegankelijk en inhoudelijk: helder weet zij voor het grote publiek goed uit te leggen wat er aan de hand is. Wat ver weg lijkt komt door haar verslaggeving dichtbij. Dat gebeurt op een ingetogen, rustige en zelfs geserreerde manier. Niet emotioneel, evenmin emotieloos. Af en toe meende de jury een wat eenzijdige gerichtheid te bespeuren op wat daar, in het voormalige Joegoslavië, misging. Door (iets meer) aandacht voor belangrijke rechtsvragen, zoals over de wel in twijfel getrokken legitimiteit van het tribunaal, zou de berichtgeving nog aan waarde kunnen winnen.

Het zijn, dames en heren, drie uitzonderlijk goede inzendingen. Stuk voor stuk getuigend van journalistiek vakmanschap. U begrijpt wat ik zeggen wil: de jury had er moeilijk mee. Toch moest er worden gekozen.

De Justitiepersprijs Jac. van Veen 2001 gaat naar Heikelien Verrijn Stuart voor haar – letterlijk – grensverleggende rechtbankjournalistiek rondom het Joegoslavië Tribunaal.

Utrecht, September 2001

De jury
Mevrouw Mr. A.H. Brouwer-Korf, burgemeester van Utrecht (voorzitter)
Mr. J.A. Hulsenbek, procureur-generaal te Den Haag
Mr. E.J. Numann, lid van de Hoge Raad der Nederlanden, oud-persrechter
J. Schinkelshoek, directeur communicatie Rabobank Nederland, ond-hoofdredacteur Haagsche Courant
Mevrouw Mr. E.H. Swaab, partner Boekel De Neree, oud-Deken van de Orde van Advocaten te Amsterdam