Juryrapport 2004

Uitreiking Persprijs 2004
maandagmiddag 27 september 2004
Universiteitstheater Amsterdam

Rechtspleging in de media
Juryrapport Persprijs Jacques van Veen 2004

Algemeen
Onze jury, dames en heren, heeft inzendingen mogen beoordelen van journalistieke producties op het terrein van de rechtspleging verschenen in de periode 1 juli 2001 tot 1 juli 2004.

Juist deze periode is sprake van sterk toegenomen aandacht voor vraagstukken rond recht, justitie en criminaliteit. En het begrip “terrorisme” is daar helaas letterlijk als huis-, tuin- en keukenwoord aan toegevoegd. De gebeurtenissen op 11 september 2001 (New York), 6 mei 2002 (Pim Fortuyn), 17 juli 2003 ( zelfmoord David Kelly) en 11 maart 2004 (Madrid) zijn de katalysatoren geweest van een zowel wereldwijd als landelijk proces van een verscherpte houding tegenover tolerantiegrenzen.
De discussie gaat verder dan debatten in de Tweede Kamer. Overal, in elk huishouden, gaan veel gesprekken over de vraag hoe te handelen bij vermeend onrecht. Denk aan de – vaak verhitte – woordenwisselingen over kwesties als hoofddoekjes, ‘kutmarokkaantjes’, te lage straffen, zelfverrijking van bedrijfsbestuurders, brute afrekeningen in het criminele circuit tussen het winkelend publiek, verboden prijsafspraken in de bouw, fraude in de publieke sector, het ophangen van foto’s door boze winkeliers van stelende ‘klanten’.

De relatie tussen recht en publiek staat onder spanning.

In dit spanningsveld speelt de journalistiek in brede zin een cruciale rol. De journalistiek is op het gebied van informatieoverdracht de middelaar tussen degenen die het weten en degenen die het (nog) niet weten. Zij dient die taak naar eer en geweten, met open vizier en met een helder idee van waarheidsvinding en duiding uit te voeren. Dat is in deze moeilijke tijden aan de ene kant een boeiende en interessante opdracht, maar brengt ook aan de andere kant grote risico’s met zich mee.

Ook justitie speelt in dit krachtenveld een cruciale rol. Lang heeft de wereld van het recht gedacht dat een zaak afgesloten was als het recht had gesproken. We leven in een vrije democratie met een trias politica – basta. Maar is de kous daarmee nu nog af? Uitspraken of beslissingen van rechters zijn voor veel mensen nog steeds onbegrijpelijk, ze worden vaak in ondoorgrondelijke taal verwoord en ze worden in veel gevallen niet of nauwelijks publiekelijk toegelicht. Juristen zijn niet van nature begaafde communicatoren.

Er is de laatste jaren op beide vlakken – journalistiek en justitie – veel in beweging. De journalistiek besteedt meer serieuze aandacht aan de problemen en justitie is opener, ziet in dat communicatie een vak is. Maar echt soepel loopt het nog niet. Soms klinkt dan de roep om de pers meer aan banden te leggen. ‘Wij tornen niet aan de vrijheid van meningsuiting’, zeggen de overheidsdienaren dan, en de journalisten roepen vervolgens in koor: ‘persbreidel’. De relatie tussen justitie en pers staat onder spanning – een spanning waar beide zijden verstandig mee om moeten gaan ter ondersteuning van de kwaliteit van onze open en vrije democratie. Overheidsdienaren zijn ervoor om uitspraken of besluiten openbaar te maken en toe te lichten; journalisten zijn ervoor om de onderste steen boven te krijgen. Ieder zijn vak.

Jacques van Veen is de wegbereider geweest van een specialisme in de journalistiek, dat beoogt de brug te slaan tussen – zeg maar – de raadkamer en de huiskamer. In die geest heeft onze jury de inzendingen voor de Jacques van Veen Persprijs 2004 beoordeeld.
De zeventien inzendingen vielen grofweg uiteen in twee categorieën: het rechtbankverslag à la Jacques van Veen en de breder opgezette artikelen en producties (reportages, interviews, analyses, beschouwingen). Alle inzendingen hebben we zonder uitzondering met veel belangstelling gelezen dan wel bekeken. Voor deze jury staat als een paal boven water: we zijn een land rijk aan getalenteerde, toegewijde journalisten. En we hopen zeer dat voor de prijs 2007 nóg meer mensen de stap nemen werk ter beoordeling in te zenden of voorgedragen worden. Laat onze opvolgers ook maar flink zweten.

Maar, ter zake. Dat brengt mij op een
Eervolle vermelding buiten mededinging
De jury hecht er aan de aandacht te vestigen op het Vlaamse actualiteitenprogramma Terzake. Dit zoals zij het zelf benoemen “duidingsprogramma” vierde afgelopen vrijdag zijn 10-jarig bestaan. In maart 2004 begon de rechtszaak tegen Marc Dutroux, waarvan vooral Phara De Aguirre op de televisie adembenemend verslag deed. Zowel inhoudelijk als journalistiek leverde zij een prestatie van formaat die de jury eigener beweging graag met een eervolle vermelding buiten mededinging beloont.
“Buiten mededinging” omdat niet het gehele Nederlandse Taalunie gebied binnen de reikwijdte van de prijs valt. Deze jury hoopt van harte dat het bestuur uitbreiding van de reikwijdte in overweging wil nemen.

Twee eervolle vermeldingen

Twee échte en even van harte gemeende eervolle vermeldingen 2004 gaan naar twee rechtbankverslaggevers-pur-sang:
Peter de Greef , redacteur van de Volkskrant en
Mariëtte van Wissen , die in het Eindhovens Dagblad publiceert.
Beiden verzorgen hun rechtbankartikelen naast andere werkzaamheden.

Peter de Greef

Het bijzondere van de maandagse rubriek van Peter de Greef is- behalve dat zijn artikelen buitengewoon goed zijn geschreven – dat hij een speciaal oog heeft voor de jeugdrechtspraak. De jeugd heeft het gedaan als je gewoon de krant leest, maar hoe zit de werkelijkheid van de jeugd in elkaar? Peter de Greef slaagt erin dat duidelijk te maken door met veel begrip voor de omstandigheden te laten zien hoe de jeugdrechtspraak werkt. Voor de lezer is ook extra verhelderend dat zijn stukken worden begeleid door een informatieve intro en dat zijn artikelen standaard eindigen met de uitspraak in de zaak die hij heeft verslagen. Dat is prima journalistiek in de mooie traditie van Jacques van Veen.

Mariëtte van Wissen

Haar stukken gaan behalve over doordeweekse zittingen ook over algemeen justitiële kwesties. Zij munten uit door sprankelend taalgebruik en ademen een grote betrokkenheid met het recht. Zij slaagt erin de lezer mee te laten denken met de vraagstukken van het recht. Zij beschikt over een groot inlevingsvermogen en weet dat – zonder hinderlijk in het stuk aanwezig te zijn – op een mooie journalistieke én persoonlijke manier aan de lezer levensecht over te brengen, met respect voor de betrokkenen. Vooral in een regionale context, waarin iedereen iedereen kent levert zij een bijzondere prestatie. Haar rechtbankverslagen zijn juweeltjes, evenzeer in de traditie van Jacques van Veen, met vaart en ritme geschreven.

Aanmoedigingsprijs

De jury bestemt de aanmoedigingsprijs 2004 voor een bijzonder journalistiekproject: de Lezersjury van het Dagblad van het Noorden.
Alle hulde aan Jan Rozendaal als auctor intellectualis en begeleider van het project en aan Jon van Schilt en Sander van der Werff, beiden eveneens als journalist verbonden aan Dagblad van het Noorden, die de artikelen hebben geschreven.
Met de vorming van een Lezersjury heeft Dagblad van het Noorden de kennis van het publiek over de strafrechtspraak willen vergroten. De Lezersjury als remedie tegen de invloed van borrelpraat en onderbuikgevoel op de publieke opinie.
Uit 200 lezers is een jury samengesteld van 30 personen, een dwarsdoorsnede van de maatschappij, inclusief een student en een ex-gedetineerde. In groepjes van vijf is een aantal strafzaken bij de rechtbank te Groningen en Assen gevolgd. In de krant naast een journalistiek verslag van de zitting ook de visie van de juryleden. En zodra het vonnis bekend is, wordt nogmaals een visie gepubliceerd.
Zo is een scala van strafzaken de revue gepasseerd. De verslagen van de zitting zijn vlot en leesbaar geschreven met vooral aandacht voor de menselijke kant van de zaak. Uit de reacties van de juryleden blijkt telkens opnieuw hoe belangrijk het is alle kanten van de zaak te kennen om de eis van de Officier van Justitie, het vonnis van de rechter en soms ook de persoon van de verdachte om zijn/haar daad te begrijpen.
Een enquête na het bijwonen van tien zaken in 2003 leerde dat ruim 70% van de juryleden vindt dat hun kijk op het rechtssysteem is veranderd. Met de Lezersjury heeft Dagblad van het Noorden een origineel project opgezet dat zijn doel niet zal missen: meer informatie over en inzicht in de strafrechtspraak op een zakelijke en heldere wijze.

Het trio Rozendaal ,Van Schilt en Van der Werff verdient de aanmoedigingsprijs 2004 ten bedrage van € 1.000,00 voor de wijze waarop zij de Lezersjury hebben opgezet en uitgewerkt; de aanmoediging geldt overigens eigenlijk vooral andere media: dit project verdient navolging.

Twee genomineerden Jacques van Veenprijs 2004

Dames en heren, we komen bij het pièce de résistance van deze competitie: dé Jacques van Veenprijs 2004.
Wie het persbericht eerder deze maand heeft gezien weet dat de jury twee journalisten heeft genomineerd:
Marian Husken , als eindredacteur verbonden aan Vrij Nederland
en Joost Oranje , redacteur van NRCHandelsblad.

Marian Husken

Marian Husken kan met recht een productief en veelzijdig journalist worden genoemd. Zij schrijft met name over onderwerpen die gerelateerd zijn aan de strafrechtpleging in ruime zin: over Turkse jongens die in Nederland opgroeien voor galg en rad (schietend over het schoolplein) en Hollandse jongens achter Amerikaanse tralies; over polderbureaucratie, en de oestercultuur van het Openbaar Ministerie; over veelplegers, draaideurcriminelen, bolletjeslikkers en xtc-transporteurs; over Bruinsma en Mink K.; over hun advocaten en de strafrechter. Vaak schrijft ze naar aanleiding van incidenten, soms is er sprake van een werkstuk van langere adem. Met name haar bijdragen aan de VN-special over `Rechterlijke macht onder vuur’ (VN 11 oktober 2003) zijn in dat laatste opzicht vermeldenswaard.
Uit haar publicaties blijkt dat Marian Husken (soms verbazingwekkend) goed is geïnformeerd over de onderwerpen waarover zij schrijft. Ze is behalve informatief ook kritisch opiniërend en schuwt een duidelijke stellingname niet. Ze doet dat alles in een prettig leesbare stijl en meestal met een `boodschap van de week’ als uitsmijter.
Zij draagt er met haar werk consequent toe bij dat de lichten van de IRT-enquête niet doven. In dat opzicht toont ze zich een voortreffelijk vertegenwoordiger van de pers als `public watchdog’.

Joost Oranje

De wijze waarop Joost Oranje zeer gecompliceerde rechtszaken verslaat, analyseert en van commentaar voorziet, verdient grote bewondering. Hij geeft er blijk van zich grondig in de door hem behandelde materie te hebben verdiept, heeft een goed inzicht in de aan de orde zijnde procedures en komt met vaak kritisch, maar ter zake doend commentaar. Hij beoefent zijn specialisme al jaren en heeft ook in deze 3-jaar periode weer een constante productie van hoog niveau afgeleverd. Hij heeft daarmee gezag verworven, niet alleen bij de lezers van NRCHandelsblad, maar ook in juridische vakkringen.
Zijn onderwerpkeuze is zeer gevarieerd. Zijn reeks stukken over de Clickfondszaak is ook voor de ingevoerde specialist belangwekkend. Geen hoofdrolspeler ontsnapt aan zijn knappe analyses. Emoties, vechtpartijen, gebroken reputaties, smeulende zaken, blufpoker en zoete wraak: het kan allemaal niet op. Hij laat zich echter met grote souplesse ook in met minder geldelijke zaken, zoals blijkt uit zijn artikelenreeks over de Nederlandse bemoeienis met de uitlevering van de Irakese Koerd mullah Krekar en zijn indrukwekkende serie over de strafzaak tegen Volkert van der G. Vooral met deze laatste serie spreekt hij ook een breed publiek aan.
Hij schrijft in een goede journalistieke en onderhoudende stijl.
Hij maakt de pretentie van de journalistiek, het kritisch volgen van belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen, met name op het gebied van de rechtspraak, zeker – zo niet méér dan – waar.

De keuze van de jury

Marian Husken en Joost Oranje steken beiden met kop en schouders boven de competitie uit.
De jury beoordeelde zowel op de inhoudelijke kwaliteit ( juiste weergave, scheiding hoofd- en bijzaken, schets juridische context) als op de journalistieke kwaliteit ( stijl, scherpte, begrijpelijkheid voor leken). In haar beraad kon de jury
geen enkel steekhoudend argument verzinnen om de prijs 2004 wél aan Marian Husken en niet aan Joost Oranje, dan wel wél aan Joost Oranje en niet aan Marian Husken toe te kennen. En de jury was in dit dilemma geheel unaniem.
Zoiets vraagt om een fotofinish: maar ook dat gaf geen uitsluitsel. U heeft beiden het peloton achter u gelaten en gaat wat ons betreft als ware het de elfstedentocht van 1956 hand-in-hand samen over de finish. Toen besloot dat Bestuur dat er dan géen winnaar kon zijn.

De jury 2004 heeft in dit bijzondere geval gelukkig wel toestemming gekregen van het bestuur van de stichting Persprijs Jacques van Veen om de Persprijs Jacques van Veen 2004
ten bedrage in dit geval van € 3.000,00 per persoon tweemaal
toe te kennen:
én aan Marian Husken
én aan Joost Oranje.

 

Den Haag, september 2004

drs.Han van Gessel, oud-journalist van de Volkskrant
mr. Reurt Gisolf, oud-president rechtbank Amsterdam
prof. mr. Egbert Myjer, hoofdadvocaat-generaal gerechtshof Amsterdam
drs. Saskia J Stuiveling, president Algemene Rekenkamer, voorzitter
mr. Igno Sutorius, advocaat en oud-deken Breda