Juryrapport 2007

Het bericht van het overlijden van Jacques van Veen op 7 september j.l. heeft ook de leden van de jury voor de Jacques van Veenprijs 2007 niet onberoerd gelaten. Vanaf het moment waarop zij de opdracht aanvaardden waren de leden van de jury zich bewust van hun verantwoordelijkheid. Hun keuze uit de inzendingen zou door de inzenders, het stichtingsbestuur én Jacques van Veen gehouden worden tegen het licht van het journalistieke werk van degene, naar wie de prijs genoemd is. Zo is het ook gegaan. Bij de onderlinge beraadslagingen lieten de leden van de jury menigmaal zijn naam vallen en namen zij zijn journalistieke werk als richtsnoer. In het juryrapport, dat op het tijdstip van zijn overlijden reeds in concept gereed lag, wordt ook een aantal malen naar de naamgever van de prijs verwezen. De juryleden verheugden zich erop dat Jacques van Veen aangekondigd had aanwezig te zullen zijn bij de bekendmaking en uitreiking van ‘zijn’ prijs. Zij waren zich ervan bewust dat als hun keuze niet de zijne was, hij dat niet onder stoelen of banken zou steken en dat er met hem dan over de keuze gepraat en gediscussieerd zou kunnen worden. Het heeft niet zo mogen zijn. De jury hoopt dat de naar hem genoemde prijs de herinnering aan Jacques van Veen en aan zijn werk levend zal houden. De jury wenst zijn dochter en overige familie sterkte om het verlies te dragen.

De jury heeft met grote waardering kennis genomen van de inzendingen voor de prijs. In totaal gaat het om twintig inzendingen, de twee die werden teruggetrokken niet meegerekend. De inzendingen waren zeer uiteenlopend van aard: acht boeken (waarvan twee van één inzender), vijf artikelen, vijf artikelenseries (waarvan één gecombineerd met een boek), twee televisie-uitzendingen, waarvan één bestaande uit meerdere afleveringen en twee series radio-uitzendingen.

Bij de beoordeling van de inhoud is de jury gebleken, hoe alle bijdragen zich kenmerken door intensieve betrokkenheid bij het recht in al zijn facetten of bij meer specifieke onderdelen daarvan. De opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten, de toepassing van het recht op familiale verhoudingen, procederende partijen,  de positie van de benadeelde of het slachtoffer, kortom het recht heeft gemeenschappen en individuen altijd bezig gehouden en vaak geëmotioneerd. Recht is een kostbaar en breekbaar bezit. Wetgever, bestuur en rechtspraak kunnen alleen in onderlinge betrokkenheid dat bezit waarborgen en de samenleving voor ongelukken behoeden. Dat is hun taak en verantwoordelijkheid, die telkens weer moet worden beklemtoond.

Maar ook de media hebben daarin een taak en verantwoordelijkheid. De media hebben de taak de samenleving te informeren over wát er hoe gebeurd is en hoe op gebeurtenissen wordt gereageerd door het bestuur, door de politiek, het bedrijfsleven, door belangenorganisaties en door het recht. De taak van de media is niet beperkt tot alleen berichtgeving. Op alle gebieden waarover de media de samenleving van informatie voorzien hebben zij ook de taak uitleg en verklaring te bieden van het hoe en het waarom én om dat te voorzien van commentaar en kritiek. Zo ook op het gebied van het recht. Tegelijkertijd is daarmee ook de verantwoordelijkheid van de media gegeven om die taak zo betrouwbaar en eerlijk  mogelijk te vervullen, zeker gelet op hun aanwezigheid alom en de massale aandacht die zij weten te trekken en de impact die zij kunnen hebben op de samenleving. Het is niet voor niets dat de media in een democratische samenleving naast de klassieke organen van de triaspolitica ook wel de vierde macht worden genoemd.
Zijn er maatstaven waaraan de media op dit punt moeten voldoen? Neen, maar toch,   als de jury een oordeel velt over de inzendingen voor deze prijs, dan mag men op zijn minst verwachten dat zij uitlegt welke criteria zij heeft aangelegd. De jury wil daar kort over zijn. Als het gaat om de berichtgeving dan moet die betrouwbaar en relevant zijn, dat wil zeggen aansluiten bij de actuele behoefte aan informatie in de samenleving. Als het gaat om uitleg en verklaring dient die helder en begrijpelijk te zijn voor het lezend, kijkend of luisterend publiek. Commentaar en kritiek dienen beargumenteerd te zijn, hun grondslag te vinden in de feiten en fair te zijn. Dat wil zeggen dat alle kanten van een zaak zijn gehoord en bekeken alvorens stelling wordt genomen.

Bij de beoordeling van de inzendingen in concreto stond de jury dit jaar voor een moeilijke keuze: er waren inzendingen van hoge kwaliteit die aansloten bij zeer schokkende gebeurtenissen in de periode waarover de prijs wordt uitgeloofd, te weten de brand in het detentiecentrum op Schiphol op 27 oktober 2005, waarbij elf gedetineerde illegalen de dood vonden, en de schokkende ontdekking in de tweede helft van 2005 van de rechterlijke dwaling in de zaak die bekend is als de Schiedammer parkmoord. Beide gebeurtenissen hebben de samenleving intens bezig gehouden.
Aan de vervolging van Al J., die ervan verdacht werd de brand op Schiphol te hebben veroorzaakt, wijdde Argos van de VPRO enkele indringende en analytisch gezien buitengewoon interessante radio-uitzendingen, met als journalistieke primeur dat de verdachte zélf aan het woord kwam. Zijn relaas over onder meer de omstandigheden waaronder hij is verhoord en in voorarrest is gehouden, was onthullend.
De televisie-uitzendingen van Netwerk over de Schiedammer parkmoord droegen met hun onthullingen bij aan een antwoord op de vele vragen die deze zaak heeft opgeroepen. Zowel Argos als Netwerk  hadden een relevante complementaire rol ten opzichte van het publieke debat. Zij werkten in zoverre mee aan ordening in de verwarring die was ontstaan. In beide gevallen is de jury getroffen door de wijze waarop via radio en televisie genoemde taken van de media vervuld kunnen worden.

Tegenover deze dicht bij de actualiteit aansluitende inzendingen moest de jury oordelen over journalistieke producten die méér het recht en de rechtspleging in het algemeen – en dat vaak over een langere periode met grote regelmaat – tot onderwerp hebben.
De jury heeft bijvoorbeeld met bewondering het boek van Ton van den Brandt ‘Amsterdamse zaken. De rechtbank en de stad‘ over de geschiedenis van de Amsterdamse rechtbank gelezen. Het boek beschrijft de rechtbank in zijn functioneren sinds 1933, van het Jordaan-oproer en de moeilijke bezettingsjaren, via processen tegen provo’s en Maagdenhuisbezetters en stakings-kort-gedingen tot en met de krakersprocessen. Het boek geeft treffend weer hoe in de toepassing van het recht de maatschappelijke ontwikkelingen – per saldo – doorwerken. Een mooi boek, maar tegen over de actualiteit van bovengenoemde omroepuitzendingen het andere uiterste. De jury laat het boek graag in aanmerking komen voor een eervolle vermelding.

Het journalistieke werk van Peter de Greef beslaat een ruime periode én pleegt aan te sluiten aan de actualiteit, zij het niet altijd die van de grote en spraakmakende zaken. Van de jury in 2004 kreeg hij reeds een eervolle vermelding voor zijn serie artikelen in de Volkskrant. Daarin doet hij zonder opsmuk, maar buitengewoon informatief en verklarend, verslag van alledaagse rechtbankzittingen in alle soorten en maten en niet alleen in strafzaken. Hij is daarin een uitstekend vertolker en zet het werk van Jacques van Veen, op eigen wijze voort. Peter de Greef  is wat dat betreft exemplarisch geworden voor journalistiek werk op dit terrein  want hij heeft navolging gekregen in andere kranten. De jury noemt in dat verband enkele andere inzenders, zoals de artikelen van Rob Zijlstra in het Dagblad van het Noorden en op zijn eigen weblog. Het genre kreeg ook navolging in het boekje  U hoeft niet zo te schreeuwen van Elsbeth Stoker. Daarin bundelt zij een aantal artikelen in de Volkskrant over de belevenissen en dilemma’s van jeugdbeschermers, gezinsvoogden, kinderrechters e.a.. Yolanda Sjoukes schreef in deze stijl een serie informatieve artikelen in BN/De Stem over familiezaken, prachtig geïllustreerd door Eric Elich.

Tenslotte rekent de jury ook tot dit genre het werk van Joop Meijnen in NRC Handelsblad. De jury is onder de indruk van de grote helderheid waarmee deze journalist met grote regelmaat over zaken van Europees recht voor het Hof van Justitie bericht: een Fransman die afwijzing van een studiebeurs in Engeland aanvecht, Aruba dat wil meestemmen in de Europese verkiezingen, de dubbele BTW van de Italiaanse fiscus, één Europees strafrecht en ga zo maar door. Naast deze periodieke verslagen publiceerde Meijnen een prachtig interview met Ad Geelhoed bij zijn afscheid als advocaat-generaal, niet wetende dat dit het laatste of een van de laatste interviews met Geelhoed zou worden. Hier is een journalist aan het werk die de lezers op vakkundige en toegankelijke wijze informeert over het Europees recht, dat ook in ons land gelding heeft en in toenemende mate van belang is.
Het moge duidelijk zijn dat de jury het genre-De Greef in hoge mate op prijs stelt, mede vanwege de permanente aandacht die deze journalisten vragen voor het recht en voor de mens in het recht, geheel in de traditie van Jacques van Veen. Peter de Greef kreeg de vorige keer een eervolle vermelding, thans wil de jury daarvoor ook Joop Meijnen van NRC Handelsblad in aanmerking laten komen, zowel vanwege de hoge kwaliteit van zijn artikelen als vanwege de tamelijk unieke, maar zeer welkome informatie over de toepassing van Europees recht.

Uit het voorgaande moge blijken dat de jury veel vermeldenswaardige kwaliteiten in de inzendingen heeft ontdekt. Dat geldt mede voor veel inzendingen die hier niet werden genoemd.

Maar nu de Jacques van Veenprijs 2007. Die wil de jury toekennen aan de programmamakers van het avondvullende televisieprogramma over straf en misdaad van de VPRO, uitgezonden op 23 april 2006. In dit programma worden analytisch en opiniërend alle facetten van de toepassing van het strafrecht op een kwalitatief hoog niveau en – op een haast onmerkbare wijze – systematisch belicht. Het laat zien dat de rechtspleging in handen is van gewone mensen van vlees en bloed en daardoor letterlijk mensenwerk is. Treffend zijn de goed voorbereide gesprekken met rechters, officieren van justitie, advocaten en andere professionele procesdeelnemers. De openhartigheid waarmee de geïnterviewden aan het programma meewerkten, is ook een verdienste van de interviewers. In steeds terugkerende filmpjes wordt ondertussen een dag uit het leven van een gedetineerde getoond om de kijker er – letterlijk – stilletjes aan te herinneren, dat in het strafrecht ingrijpende beslissingen worden genomen over het leven van andere mensen. De jury heeft grote bewondering voor de wijze waarop de makers van dit programma  een niet gemakkelijk onderwerp voor een groot publiek toegankelijk weten te maken en laten zien dat ook het recht en de rechtspleging door middel van televisie inzichtelijk gemaakt kunnen worden. Deze programmamakers van de VPRO hebben  daarmee een hoog te waarderen bijdrage geleverd aan inzicht in de werking van dit aspect van de democratische rechtsstaat.
De jury weet eigenlijk niet goed hoe zij de prijs moet uitreiken aan een zo groot collectief. Producer was Bircan Unlu en de eindredacteuren Jan van Friesland en Wim Schepens. En verder noemt de VPRO in de aanbiedingsbrief de volgende namen, die de jury u niet wil onthouden: Chris Kijne, Djoeke Veeninga, Elles de Bruin, Hellen van Schelven, Carine Eijsbouts, Misja Pekel, Margreet Muller, Karen de Bok, Arianne Hinz, Kees Brouwer en Jan Langeveld. Aan allen hulde.

Den Haag, 25 september 2007

mr. Rein Jan Hoekstra, lid van de Raad van State, voorzitter
mevr. mr. Anita Leeser-Gassan, oud-vice-president  in de arrondissementsrechtbank te Amsterdam
mr. Henk Korvinus, hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te Rotterdam
mr. Igno Sutorius, advocaat en oud-deken van de Orde van  Advocaten te Breda
prof. mr. Gerard Schuijt, emeritus hoogleraar mediarecht aan de Universiteit Leiden