Onderzoek: meer publiciteit, minder straf 2007

‘Journalisten moeten zich bewust zijn van invloed publiciteit op straf’

Publiciteit wordt nog steeds gezien als schadelijk voor een verdachte en leidt daarom vaak tot een lagere straf. Dit blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam op uitnodiging van de Stichting Persprijs Jacques van Veen. De resultaten werden gepresenteerd tijdens de uitreiking van de persprijs in Amsterdam.

Door Madeleen Wesseling

Onder leiding van hoogleraar straf(proces)recht aan de UvA, François Kristen (35) is in elektronische databanken met rechtspraak gezocht naar rechtbankvonnissen gewezen in de periode van 1 januari 2002 tot 1 juni 2007 waaruit blijkt dat publiciteit een rol speelde bij het bepalen van strafrechtelijke sancties. In 70 uitspraken gaven rechtbanken met zoveel woorden aan dat publiciteit een rol speelde in de straftoemeting. In 58 procent van de onderzochte uitspraken werd leidde publiciteit tot een lagere straf. Voor 20 procent van de verdachten gold het tegenovergestelde: zij kregen een hogere straf. Volgens Kristen zit het verschil tussen strafverlaging en verhoging vooral in de rol die de verdachte zelf speelt bij publiciteit: wie zelf de media opzoekt krijgt een hogere straf en wie publiciteit ‘overkomt’ krijgt minder.
Soms ook (13 procent van de vonnissen) wordt in het vonnis wel aangegeven dat publiciteit een rol speelde in de straftoemeting maar niet of dit positief danwel negatief was voor de verdachte. Zes keer kwam naar voren dat er wel publiciteit was rond de zaak, maar dat deze geen invloed had in de straftoemeting.
Volgens Kristen, die het onderzoek in samenwerking met ‘zijn’ student-assistent Dirk van Leeuwen uitvoerde, zijn noch het onderzoek, noch de resultaten daarvan representatief of wetenschappelijk. ‘We moeten dit slechts zien als een indicatie. Het onderzoek bevestigt wat ook uit eerdere soortgelijke onderzoeken naar voren kwam: het is duidelijk dát publiciteit invloed heeft op de straf, maar welke afwegingen de rechter hier maakt wordt niet duidelijk. Dat vergt een echt, wetenschappelijk onderzoek naar dit fenomeen,’ aldus de professor.

RECHTERS
Volgens Kristen wordt ook uit dit onderzoek wél duidelijk dat publiciteit een vastomlijnd aandachtspunt in de richtlijnen rond straftoemeting zou moeten worden. Kristen: ‘Het wel of niet laten meewegen van publiciteit en de gevolgen daarvan in de straf zijn nog steeds natte-vingerwerk. Wanneer media-aandacht, op welke manier dan ook, expliciet genoemd wordt naast klassieke factoren voor de straftoemeting als de persoon van de verdachte of de ernst van de feiten, zou iedere rechter daarop alert kunnen zijn. De nieuwe, verbeterde manier van motiveren lost ook een hoop op, maar het verankeren in richtlijnen levert toch meer houvast.’ Overigens voegt hij daaraan wel toe dat de beslissing over de straf niet tot in detail te reguleren valt. ‘Je kunt niet tot in de puntjes regelen wat de exacte gevolgen in straf moeten zijn in zaken waarin publiciteit een rol speelt. Maar het is wel goed als rechters zich bewust zijn en worden dat dit een factor is die naast andere factoren van belang is bij het bepalen van de straf. Het moet een aandachtspunt zijn, en niet meer dan dat.’

PERS
Hoewel openbaarheid van rechtspraak in de praktijk door de pers geëffectueerd wordt en publiciteit dus eigenlijk een logisch gevolg is van die wettelijke eis ziet Kristen toch ook een rol voor de media weggelegd. ‘De media zijn verantwoordelijk voor berichtgeving over rechtszaken. Maar dat heeft ook een keerzijde: datgene wat zij aan de kaak willen stellen blijkt een averechts effect te hebben: publiciteit kan leiden tot strafvermindering. Een paradox dus. Is dat wat de media willen? Dat lijkt mij niet. Het leidt tot een vervolgvraag: dienen de media rekening te houden met dit effect in de strafrechtspleging?’ aldus Kristen. Volgens hem moeten journalisten zich in ieder geval bewust zijn van wat hun werk (publiciteit) tot gevolg kan hebben in de straffen. ‘Ik ga zeker niet zo ver om te stellen dat publiciteit dus maar achterwege zou moeten blijven om te voorkomen dat er lager wordt gestraft. Maar de wetenschap dat die invloed er wel is zou misschien tot andersoortige publiciteit kunnen leiden,’ aldus Kristen.

VRAGEN
Volmondig geeft Kristen toe dat ook zijn onderzoek naar de invloed van publiciteit op de straftoemeting eigenlijk meer vragen oproept dan beantwoordt. Om een zuiver, wetenschappelijk beeld te krijgen is het, volgens hem, nodig om niet de uitspraken waarin publiciteit een rol speelde te analyseren maar de publicaties in de diverse media als uitgangspunt te nemen. Kristen: ‘Je zou een jaar lang alle media moeten bekijken om te zien over welke zaak gepubliceerd is en vervolgens bezien of in de uitspraken in die zaken publiciteit een rol speelt. Een kwalitatief onderzoek dus, waarbij je vanuit de publiciteit vertrekt en het uiteindelijke resultaat daarvan onderzoekt. Dat kost veel tijd en geld. Maar ik denk dat het vooral voor de rechtspraak enorm interessant zou kunnen zijn.’