Privacy en veiligheid: waar ligt de scheidslijn?

Streven naar maximale openbaarheid
‘De juridische journalistiek heeft een fundamentele functie: ze doet verslag van trends in de rechtszaal en controleert onze rechterlijke macht. Zonder de aanwezigheid van de media, zou niemand weten wat er zich in de rechtszaal afspeelt. We moeten streven naar maximale openbaarheid in ons rechtssysteem. Met de Persprijs Jacques van Veen brengen we dit weer onder de aandacht.’ Voor Ad van Liempt, voorzitter van de Stichting Persprijs Jacques van Veen, is de juridische journalistiek alles behalve onbekend terrein. Jarenlang deed hij verslag van regionale rechtskwesties en als onderzoeksjournalist benadrukt hij het belang van dit vakgebied. ‘De juridische verslaggeving is buitengewoon nuttig. Niet alleen om patronen binnen het huidige rechtssysteem in beeld te brengen; de journalistiek fungeert ook als een vorm van openbare controle op de rechtspraak. Jacques van Veen excelleerde hierin. Hij analyseerde vlijmscherp maatschappelijk relevante ontwikkelingen en tendensen en was in staat om zijn bevindingen aan een zeer breed publiek te presenteren.

In Nederland is de rechtszaal openbaar, maar er worden wel beperkingen opgelegd. Als staatsburger en journalist denk ik dat het zeer verstandig is als de deur, daar waar mogelijk, opengezet wordt. Het toelaten van camera’s in de rechtszaal en het maken van stemopnames van verdachten zijn belangrijke stappen in het streven naar maximale openbaarheid. Maar we mogen in dat proces nooit het recht op privacy, terughoudendheid en proportionaliteit uit het oog verliezen.’ Volgens Van Liempt is de rechtsverslaggeving in de loop der jaren veranderd. ‘Vroeger deden we van bijna alle zaken verslag. Dat is nu niet meer zo. Maar juist ook de kleine, minder spectaculaire processen zijn van groot maatschappelijk belang, zeker in de regionale verslaggeving. Gelukkig wordt het nog wel gedaan, zoals blijkt uit de inzendingen die de jury bekeken en beoordeeld heeft.’ De huidige ontwikkelingen binnen de juridische verslaggeving baren Van Liempt ook zorgen. ‘De journalistiek wordt momenteel geteisterd door de vraag of de klassieke ‘slow journalism’ overeind blijft of dat ze het uiteindelijk af zal leggen tegen de razendsnelle manier van verslaggeving die nu al vaak bedreven wordt. Het is een zaak van de lange adem: rubrieken worden beter naarmate er meer ervaring is. Daar is tijd voor nodig, en die wordt steeds minder gegeven. Ik vrees vooral dat deze ontwikkeling zal leiden tot afbraak binnen de regionale journalistiek. Niemand kan zeggen hoe dit afloopt.’