Samenspel rechtspraak en media cruciaal voor vertrouwen in rechtsstaat

Door Madeleen Wesseling

‘De rechterlijke macht is soms nog te weinig doordrongen van de noodzaak om de media snel, helder en duidelijk te bedienen van informatie. Daarmee aanvaardt de rechtspraak het niet denkbeeldige risico dat journalisten in hun berichtgeving gaten laten vallen die met een zorgvuldige en tijdige voorlichting door de rechtspraak voorkomen hadden kunnen worden. Het vertrouwen in de rechtsstaat is gediend met een goed samenspel tussen een ontvankelijke rechtspraak en een kritische en professionele pers. Een belangrijke nevenfunctie van de Persprijs Jacques van Veen is dat dit samenspel opnieuw in de publiciteit komt.’

Voor Ulco van de Pol, voorzitter van de Stichting Persprijs Jacques van Veen, blijft openbaarheid van rechtspraak een belangrijk onderwerp. Dat begon al toen hij als rechtenstudent rechtbankverslagen maakte voor persbureau Argos in Amsterdam. Later promoveerde hij op het onderwerp en verscheen zijn dissertatie in het boek Openbaar terecht. Hij werkte lang als jurist, ook bij de rechterlijke macht. Ook in zijn huidige functie, als gemeentelijk ombudsman in Amsterdam, onderkent hij het belang van een goede voorlichting via de media aan het publiek. Van de Pol: ‘Journalisten hebben een belangrijke taak om het publiek van de juiste informatie te voorzien. Of dat nu gaat over de ombudsman, de pensioenfondsen of over rechtspraak. Dat betekent dat de media zo volledig mogelijk en heet van de naald bediend zullen moeten worden in die vraag naar informatie. Helaas doen sommige rechters daar nog steeds moeilijk over. Ze verschuilen zich onterecht nog te vaak achter hun onafhankelijkheid. Het is toch een gemiste kans als de rechtspraak, bij een faillissementszaak rond een bank met duizenden gedupeerde cliënten, zich verwaardigt om journalisten dagenlang geen grondige inhoudelijke mededelingen te doen, afgezien van wat persberichten over herhaald uitstel van executie. Dan zit ik echt met gekromde tenen.’

In de Persrichtlijn Gerechten staan regels over het contact tussen de rechterlijke macht en de media. Volgens de voorzitter is het handelen conform de richtlijn echter nog te vrijblijvend. ‘Je ziet veel verschillende interpretaties van die richtlijn bij de verschillende gerechten. Er is weliswaar, vergeleken met vroeger, al veel verbeterd in de voorlichting en de faciliteiten voor de pers. Het toelatingsbeleid voor camera’s in de rechtszaal, bijvoorbeeld, is veranderd van ‘nee, tenzij …’ naar ‘ja, tenzij …’. Je ziet een algemene ontwikkeling van meer communicatie vanuit de rechterlijke macht. Maar helaas blijkt ook dat er in grote zaken – die nu eenmaal de meeste publiciteit krijgen – geen eensluidend beleid is over die noodzakelijke voorlichting. Dat zou anders moeten. Rechters houden zich aan richtlijnen voor de straftoemeting. Zo zouden zij zich ook moeten houden aan de spelregels van de persrichtlijn. Het probleem is datrechters zich, helaas, maar moeilijk laten sturen,’ aldus de voorzitter.

Van de Pol erkent dat, in het samenspel tussen rechtspraak en media, de liefde van twee kanten moet komen. ‘Journalisten hebben hun eigen verplichting om nauwkeurig verslag te doen van het nieuws. Gelukkig zijn de meeste verslaggevers daarvan doordrongen. Dat zie je ook bij de inzendingen voor de Persprijs. Stuk voor stuk zijn dat kwalitatief hoogstaande journalistieke producties over soms moeilijke juridische onderwerpen. Het is interessant te zien dat het accent dit jaar, veel meer dan bij eerdere inzendingen, niet meer alleen ligt op pure rechtbankverslaggeving. Juridische onderwerpen worden in een veel bredere context geplaatst. Grote zaken worden van begin tot eind gevolgd. De media-aandacht reikt tegenwoordig veel verder dan opsporing, vervolging en berechting.Ook de executie van straffen of eventuele herzieningen krijgen volop aandacht. Die nieuwe manier van justitieverslaggeving juich ik zeer toe. Het publiek krijgt een veel beter en completer beeld en leert de samenhang zien tussen allerlei gebeurtenissen in het proces,’ meent Ulco van de Pol.

De Stichting Persprijs Jacques van Veen heeft – nog – geen inzendingen ontvangen van de ‘nieuwe’ en ‘snelle’ media als Twitter of sites als Geenstijl. Voorzitter Van de Pol verwacht echter dat ook dergelijke journalistieke producten in de toekomst zullen worden ingestuurd: ‘Waarom ook niet?! Het zijn belangrijke media, met een groot bereik en veel impact. Ook rechters en voorlichters mogen daarvan niet vies zijn. De tijd dat de rechterlijke macht zich alléén laat zien op de opiniepagina van een kwaliteitskrant is echt voorbij!’