Toespraak Hans Laroes bij uitreiking 2007

Toespraak Hans Laroes, hoofdredacteur NOS Journaal, bij de uitreiking van de Persprijs Jacques van Veen op 4 oktober 2007 in de Industrieele Groote Club te Amsterdam.

Mag ik beginnen te zeggen dat ik onder de indruk ben, hier, vandaag?

En dat komt niet eens door de locatie en de verhalen die hier in de schaduwen van het gebouw en op het plein opgetekend kunnen worden. In de eerste plaats, en dat meen ik, omdat het hier om de uitreiking van de Jacques van Veenprijs gaat aan wie, en zijn recente overlijden biedt een nadere dimensie, deze bijeenkomst is gewijd. Journalisten dienen zich, vind ik, niet te laten fêteren door hun bronnen, hun onderwerpen, hun opdrachtgevers. Maar dit is geen fêteren, maar eren: van een onafhankelijke, verstandige, gezaghebbende journalist voor wie ik mijn –denkbeeldige- hoed afneem…

Maar er is meer dat indruk maakt, me een beetje benauwt. En dat is, mag ik het zeggen, Uw gezelschap.
Ik moet hier op m’n hoede zijn…, heb ik recent geleerd. Wat ik bijvoorbeeld niet wist maar in de afgelopen weken heb ontdekt, is dat in de kringen van het VastGoed, waar enkelen van U hun opdrachten vandaan halen, criminelen geen criminelen heten, maar ‘andersdenkenden’. (bij dat woord zie ik eerder die cda-dissidenten van vroeger voor me)
En…
…als je even een suggestie wekt met een verhaal in t Journaal, over dure feestjes en merkwaardige kostgangers, dan heb je meteen een advocaat achter je aan die deze suggestie in kort geding wil doen rectificeren… (dus ik durf hier nix te zeggen over rechters, en reizen naar New York en zoals Anne Vondeling dat zei, de Schijn des Kwaads)…)

…als je het hebt over het gegeven, toch ook in deze kring bekend, dat de boven- en de onderwereld wel eens door elkaar bewegen, en dat daar ook advocaten (en notarissen en okay, misschien zelfs wel een enkele journalist) bij betrokken zijn, dan komt meteen de Orde in actie. Althans de Deken.

Maar goed, ik heb altijd al eens willen zeggen –en dat kan hier- See you in Court!
En ik weet al wie het gedaan heeft.
De Butler? Nee, die niet. De Media heeft het gedaan…

Ik ga niet op deze manier verder hoor. Het thema van vandaag en het onderzoek van prof Kristen verdient serieuze benadering en zijn nuance wordt juist op prijs gesteld. Het gaat over verwevenheid, beïnvloeding, manipulatie wellicht, in ieder geval zuiverheid van de rechtspleging. Het gaat ook over geloof –in de rechtstaat, en de diverse actoren. Geloof in de rol en de betekenis van de media. Over opwinding en rustige oordelen, over agendasetting.
Eerst: ik vertegenwoordiger niet de media, maar slechts de NOS. Of misschien: de publieke journalistiek. U, belastingbetaler, bent opdrachtgever, dus U mag eisen stellen.
En even: ik was er best tevreden mee toen het SCP een paar jaar geleden vaststelde dat kijkers naar het NOS-Journaal verhoudingsgewijs veel vertrouwen hebben in de rechtstaat.

Het gaat hier om de invloed van publiciteit op straftoemeting. In onze berichtgeving, en de hoofden van de kijkers, is dat onderdeel van een groter complex: criminaliteit, veiligheid, politiek. Wij doen, bijvoorbeeld met Lex Runderkamp, niet zozeer aan misdaadverslaggeving als wel aan justitieverslaggeving. En dat betekent haast altijd dat wij ons bezighouden met zaken die ergens voor staan en een bredere context hebben, dan wel zo groot zijn in zichzelf dat zij de maatschappij bezighouden. Schokken misschien.
Dat hoort bij ons medium en bij het verwachtingspatroon van ons publiek. Laten we de discussie over scoren en kijkcijfers meteen beëindigen. Sex and drugs and rock’n roll –en bloedspatten op t scherm, dat werkt bij ons niet. Er komt geen kijker meer bij, en ons imago gaat er op den duur aan.
‘Het Monster van Assen’; zo’n kop zult u bij ons niet aantreffen.

Me voorbereidend op vandaag ging ik wel uit van de veronderstelling dat wij veel meer doen aan criminaliteit, justitie, dan –zeg- tien jaar geleden. Ik heb onze documentatie-afdeling gevraagd dat eens te bekijken, steekproefsgewijs: 2006 en 1996 vergelijken.

Dat viel dus erg mee, kwantitatief gezien. En misschien ook wel kwalitatief –qua heftigheid bedoel ik.
1996 was het jaar van Van Traa. Cor van Hout werd neergeschoten. Er was een rapport dat waarschuwde tegen jonge boefjes, van tussen de 7 en 12. Toen dus ook al. Nordholt waarschuwde voor een gigantisch cellentekort –okay, dat doet Welten nu niet…In de Utrechtse wijk Abstede werd een contract gesloten tussen bewoners, gemeente, politie en justitie met als doel die wijk weer leefbaar te maken. Een prachtwijk avant la lettre. 2006 is van de Antillianen in Rotterdam. AIVD-lekken naar t criminele circuit. Van Holleeder. TBS. What’s new, ben je geneigd te zeggen.

Zo sec gezien levert deze ongetwijfeld a-typische steekproef geen grote verschillen op.
Maar het echte verschil zit hem erachter, of eromheen.
In het voorbije decennium is Nederland veranderd van een redelijk rustig, keurig aangeharkt land (okay, er was wel wat aan de hand, onderhuids) naar een land van opgewonden standjes, kwetsende en snel-gekwetste columnisten en van van verontwaardiging trillende politici. Die als het ware hun rol in het systeem af en toe kwijt zijn. Wat voor mij blijkt uit de snelheid en hardheid waarmee politici gerechtelijke uitspraken becommentariëren. Ze bedoelen: wat straffen die rechters slap.

Ik hoef u niet te vertellen dat het gevoel van veiligheid fundamenteel is veranderd, nu we kennelijk de opmaat naar een godsdienstoorlog meemaken –wat moet ik daar eigenlijk mee als ongelovige?
Nederland bekijkend raken wij niet zozeer in de war door gebeurtenissen zelf, als wel door de ontregelende werking die wij daar, daarna, aan meegeven, al dan niet gedragen op de golven van media-aandacht.
Samir A, Mohammed B, Volkert van der G krijgen daarmee proporties die het zicht op de werkelijkheid op z’n minst beïnvloeden, hoe heftig hun daden ook zijn.

In dat klimaat speelt zich oordeelvorming af. Over U en uw uitspraken, over ons en onze berichtgeving.
Gecombineerd met afnemend vertrouwen in de instituties, ook in de rechtspraak. De Schiedamse Parkmoord moet een trauma zijn. Ernst Louwes misschien uiteindelijk ook. (Tussen haakjes: zouden we toch Maurice de Hond ten onrechte hebben geofferd omdat wij vonden dat zijn aanhoudende pogingen in deze zaak de onafhankelijke NOS in zijn kamp dreigde te drijven…)
Ik wil maar zeggen: het vanzelfsprekende geloof in de kwaliteit van het rechtsprekende werk is niet meer zo sterk aanwezig als, inderdaad, 1996. Is mijn analyse althans.
En ja, daar spelen media een rol in. Spelen media in mee.

Overigens, en dat wil ik ook hier benadrukken, leidt dat niet tot verstoorde verhouden tussen ‘Ons Soort Media’ en U. Tien jaar geleden discussieerden we –en ik kijk even naar Ulco van de Pol- geregeld over camera’s in de rechtzaal en de angst dat wij voortaan alles zouden komen verstoren. Da’s in der minne geschikt, inmiddels.
En: ik denk met genoegen terug aan een discussie die wij binnen de NOS hielden over privacybescherming bij verdachten. Met mensen uit de Orde, de Vereniging van Rechtspraak, Gerard Schuijt. En ja, mede daardoor zal het voortaan Van der Graaf zijn, En Bouery. (de A. van Samir ben ik even kwijt).

Camera’s buiten de rechtzaal zijn overigens bepalender dan die er binnen. De procesgang staat niet per se onder heftiger publicitaire druk door wat er binnen gebeurt. Maar vooral door wat er buiten aan de hand is, en vooraf.
Spinnen, spindoctoren, is een begrip dat uit de politiek komt: alles voor het beeld, niet meer de waarheid maar het imago dat voor de waarheid langs schuift. In dienst van de persoon, niet het ambt. En ja hoor, ook Justitie spint…

Dat spinnen is wijdverbreid. Ik denk dat we in 1996 niet zoveel spin-advocaten en spin-officieren, hadden als nu. Er wordt gelekt, dossiers worden leeggekieperd in de krant. En dat moet toch mede ten dienste staan van het beïnvloeden van de uitspraak.
Deze week was exemplarisch. De Keukentafeltapes van Endstra, of van Holleeder:
Rosemary Woods en Richard Nixon hebben schoolgemaakt. Dinsdag op de zitting, maandagavond in NOVA. Met de complimenten van de verdachte die even een mannetje had gestuurd..
Van dat laatste vind ik niet eens zoveel: alles voor de verdediging, lijkt me, al klinkt dat ongetwijfeld te simpel in dit gezelschap.
Ik heb wel kanttekeningen bij NOVA. Natuurlijk is het spannend, is het een scoop. Toch… Is de achterliggende machinatie onthuld? Ben je niet werktuig geworden in plaats van onafhankelijk programma? Meng je je niet rechtstreeks in de procesgang? Is het –dus- nog wel journalistiek, of is het –vml ongewild- iets anders geworden?
(en eerlijk: zou ik zelf gelikkebaard hebben bij de tapes en ze hebben uitgezonden, of toch uiteindelijk die deftige afweging anders hebben gemaakt?)

Goed. Je hebt dus spindoctors, spinadvocaten en spinofficieren. Wat me wel bevalt is dat ik geen spin-rechter zou kunnen noemen. Al weet ik niet wat ik met de Rijdende Rechter aanmoet. Of is dat een beunhaas, in uw kringen?
Rechters lijkt me, zijn desondanks ook mensen. Ze zullen tv kijken en kranten lezen, bij de koffie-automaat met anderen spreken, politieke opvattingen hebben, sjagrijnig zijn of vrolijk, en een enkeling slaat zelfs zijn Russische vriendin. Ergo, zij zijn bewoners van het land dat ook een mediacratie is en ongetwijfeld niet immuun voor de impulsen van de wereld om hun heen, inclusief de mediabombardementen waarvan soms sprake is.
Het onderzoek van prof Kristen toont dat ook aan: publiciteit beïnvloedt de uitspraak in een substantieel aantal gevallen, mitigerend of versterkend.

Hij baseert dat op de uitspraken waarin expliciet over publiciteit wordt gesproken. Nog interessanter –hoewel ik niet weet hoe je erachter zou moeten komen- is de impliciete invloed van publiciteit. Het ontraceerbare: de kleine weerhaakjes die door beelden en woorden in de hersenen worden achtergelaten.

Is dat allemaal erg, dat effect?
Dat is de verkeerde vraag. De vraag is: gaat het ooit weg?
Het antwoord is: nee.

Het is interessant te horen dat publiciteit in een aantal gevallen tot strafvermindering leidt.
Dat is, voor mij, de Bernharddoctrine, uit de Lockheedtijd, toen ik me net in politiek en maatschappij ging interesseren: afzien van vervolging omdat de publiciteit al straf genoeg is.
Ik vond dat toen onrechtvaardig maar er is wat voor te zeggen. Je wordt als captain-of-industry toch wel een beetje met de nek aangekeken als je in Nice aanmeert met je jacht en je net veroordeeld bent voor handel met voorkennis.
Hier is niet de Slechte Jeugd van de verdachte strafverminderend, maar zijn Troosteloze Toekomst als outcast. Dat klinkt wat raillerend, ik geef het toe, maar ik meen het wel. Het is een serieus te wegen gegeven.
Twee vragen:
– moeten de rechters anders oordelen voortaan?
– Moeten dit soort zaken dan maar buiten de publiciteit blijven om het publicitaire effect op de uitspraak te verkleinen?
Een poging tot antwoord dan:
Ik matig me over wat rechters zouden moeten doen geen oordeel aan. Ik vind het prettig, logisch, toe te juichen, als zij feiten in een context plaatsen, motieven en omstandigheden wegen, effecten van straf meetellen en nadenken over resocialisatie-effecten.
Met betrekking tot de media kan ik meer zeggen; prof Kristen beschrijft dat de vorm van –zeg ik maar- morele beoordeling door de media in het geval van een Bekende Nederlander, beter: een Leidende Nederlander (korte ei), publiciteit tot gevolg heeft die juist het tegendeel bereikt van wat de media beogen: een mildere in plaats van een zwaardere straf.
De sleutelzin in zijn betoog lijkt mij deze: ,,Dienen de media dan rekening te houden met dit effect in de strafrechtspleging? Daar is veel voor te zeggen’.
-einde citaat.

Ik weet dat niet, ik ben geneigd het niet met hem eens te zijn. In de eerste plaats is er een pragmatisch probleem: de media bestaan niet, er is geen veelkoppig monster. Het zijn losse, grote en kleine monstertjes die zich, wat daar ook van zij, niet laten binden door codes of afspraken of wat dan ook. Als ik u hier iets beloof raakt dat niet de vrienden van SBS, Nova, De Telegraaf, de Nieuwe Revu, NRC.
Maar vooral: onthullingen zijn nieuws, misdaden zijn nieuws, verdenkingen, zittingen, veroordelingen, allemaal nieuws.
Uiteindelijk zijn wij op aarde, al dienen wij rekening te houden met de effecten van wat wij doen, voor het Publish, and be Damned.

Wij gaan dus niet weg, we zijn er nog steeds als u uw ogen opendoet.
Ik pleit er dan ook voor, en dat is niets nieuws, om je simpelweg te realiseren hoe de wereld werkt, welke rol media spelen, welke rol de poppenspelers achter de media spelen, de spinners, alle betrokkenen die alvast van te voren hun schijnoorlogen voelen. Het is een pleidooi voor vakmanschap, het objectiveren van de kwalitatieve criteria van je vak. Rechtspreken is een vak, een van de belangrijke van deze maatschappij.
Toegepast op de journalistiek: natuurlijk stem ik, bij verkiezingen. Maar ik weet als journalist dat ik me weg moet-objectiveren van mijn eigen politiek-ideologische voorkeur,of die nou zweeft of vastligt.
Het gaat om de eisen van vakmanschap, van integriteit.Van checks and balances binnen het systeem. Discussie en collegiale toetsing.

Terugkomend op het thema van vandaag vind ik het meewegen van publiciteit logisch. Als die weging maar geobjectiveerd plaatsvindt, en kan worden uitgelegd.

Dat publiciteit –althans, publiciteit die een verdachte overkomt- tot strafvermindering leidt, lijkt mij eigenlijk voorstelbaar. Logisch en zelfs: van deze tijd. Dat de verdachte die publiciteit zoekt de kans loopt juist extra te worden gestraft –zoals ook uit het onderzoek blijkt- vind ik opvallend, merkwaardig. Alsof dat not done is, zelf publiciteit zoeken, alsof er nog even een extra prikje moet worden uitgedeeld. Dat vind ik moeilijker verklaarbaar, al is het komisch juist vanwege die spinadvocaten, waar ik het over had. Misschien helpt herrie van te voren veel minder dan verondersteld. Of is het zelfs contraproductief.

Maar goed, wat ik nu zeg gaat over rechters en advocaten en zo gemakkelijk kom ik niet weg.
Want wat de media doen is niet zonder meer welgedaan, verre van dat. Denk aan dat Monster van Assen, de gretigheid waarmee het vuurtje van de opwinding wordt opgestookt en angst gezaaid.
Het systeem werkt alleen maar als de media hun eigen rol serieus nemen. Zich afvragen voor wiens karretje ze terecht zijn gekomen. En ook daarover durven te berichten. De toon van berichtgeving binnen proportie houden: het einde der tijden kan zich immers niet drie keer per week aankondigen. De werking van het systeem uitleggen. Context aanbrengen: liever de kleinere misdaad die iets zegt over het land waarin we leven, dan die ene grote misdaad die bloedig is maar nergens voor staat.
Een geheugen ontwikkelen, en niet per se van dag tot dag leven. Verstand hebben van de gang van de rechtspraak en ja ik weet het: soms worden eis en uitspraak door elkaar gehaald, tot onze schande. Ook:
Uitleggen. Corrigeren. Op fouten terugkomen. Discussiëren. Rekening houden met het effect van publiciteit op een verdachte en haar, of zijn, omgeving: ongenadig tegen mensen in grote en publieke functies, met compassie voor individuen. (meisje van Eibergen).
En overigens moet u ons toestaan –of beter- uw toestemming doet er niet eens toe, u lastig te vallen met analyse en kritiek en commentaar.
Als het goed werkt, als wij ons best doen, kun je zeggen, inderdaad: ’Justice done and seen te be done’, waarbij de media hun rol spelen bij de vermenigvuldiging van de openbaarheid van de zitting.
Doen we het fout, dan is er sprake van trial by media.

Misschien sluit dat wel aan bij wie Jacques van Veen ook was: een scherpe waarnemer, afzijdig van het gedoe en de opwinding, maar betrokken bij waar het eigenlijk om gaat. Bij de werking van het systeem, zoals het daadwerkelijk bedoeld is, en de individuele rollen die daarin worden vervuld.
Een warm hard, en een koel voorhoofd.

Eigenlijk is het simpel: we moeten een beetje normaal doen. Ons beraden op de authentieke kenmerken van het vak, van onze vakken. Dat geldt voor rechters, officieren, advocaten. Voor journalisten, en zelfs voor politici.

Het is zo’n mooi oud woord, bezonkenheid. Maar als de partijen in dit spel op bezonken wijze oordelen, dan is er niet zo heel veel aan de hand.
Dan kunnen we met z’n allen gewoon naast elkaar bestaan, zonder elkaar voor de voeten te lopen.

Bron: Hans Laroes, hoofdredacteur NOS Journaal (4-10-2007)