Verslag debat prijsuitreiking 2016

‘Laat journalisten alle processtukken lezen’

‘Journalisten zouden toegang moeten hebben tot alle processtukken.’ Die stelling, geponeerd door de Belgische hoogleraar media- en communicatierecht Leo Neels, vormde het slotstuk van een discussie over de transparantie van de rechtspraak. Neels kreeg vooral steun van de vroegere ‘Rijdende Rechter’ Frank Visser.

Neels, ook directeur van de Vlaamse denktank Itinera, was donderdag 1 december 2016 een van de forumleden tijdens de uitreiking van de Persprijs Jacques van Veen, de driejaarlijkse prijs voor de beste journalistieke productie op het gebied van recht en rechtbankverslaggeving. De discussie, onder leiding van Martijn de Greve, begon met een citaat uit een van de juridische columns van oud-hoofdredacteur Folkert Jensma van NRC-Handelblad. Jensma schreef dat een zitting op de rechtbank tegenwoordig haast overbodig is. ‘De zitting is de culminatie van de schriftelijke behandeling’, zei Jensma, zelf een van de forumleden. ‘De zaak is dan al zo ver gevorderd dat hij voor toehoorders niet te volgen is.’ Dat is volgens hem strijdig met het beginsel dat de rechtspraak in principe openbaar moet zijn. Die mening kreeg veel bijval.

Volgens advocate Lotje van de Puttelaar is deze praktijk gegroeid door de complexiteit van zaken en praktische overwegingen als tijdgebrek, en niet omdat de privacy van betrokkenen op het spel zou staan. Openbaarheid noemde zij ‘een groot goed, al zijn er uiteraard beperkingen’. Toen De Greve tegenwierp dat slechts 3% van de zaken op internet wordt gepubliceerd, antwoordde zij dat het anders wel veel meer tijd en geld zou kosten.

‘De huidige tijd, met zijn nieuwe vormen van communicatie, dwingt ons effectief met onze tijd op de zitting om te gaan. Maar dat mag de openbaarheid niet in de weg staan’, stelde Miranda de Meijer, hoogleraar Openbaar Ministerie aan de Universiteit van Amsterdam. Toen Jensma reageerde met de opmerking dat iedereen van goede wil is, maar dat de procedures op de zitting zijn vastgeroest, vroeg zij of het publiek erop zit te wachten dat alle anderhalf miljoen rechtbankzittingen gepubliceerd worden. ‘En willen verdachten dat alle stukken worden gepubliceerd? Willen slachtoffers dat? Wat is de toegevoegde waarde om getuigen op de zitting te horen?’

Of televisierechter Visser zich op zat te vreten?, wilde De Greve op dat ogenblik weten. Dat bleek niet het geval. Visser, die zich een groot voorstander van openbaarheid toonde, stelde dat diezelfde openbaarheid een last kan zijn. ‘Als de pers de rechtszaal binnenkwam, vond ik dat weleens jammer omdat ik bepaalde dingen niet meer kon doen. Wat dan? Ik honoreerde weleens het verzoek van verdachten om voor de Kerst thuis te zijn, het Kerstverweer’, zei hij, wat tot hilariteit in de zaal leidde. ‘Er zijn altijd belangen die zich tegen openbaarheid verzetten. Camera’s in de Tweede Kamer bijvoorbeeld doen meer kwaad dan goed. Maar er zal niemand zeggen dat die camera’s weg moeten. Ook deelnemers aan de strafrechtsprocedure willen liever geen openbaarheid. Maar openbaarheid van rechtspleging is wat nu eenmaal in de Grondwet staat.’

De Meijer beaamde dat de media een belangrijke rol spelen in de rechtsgang. ‘Onderzoeksjournalistiek legt zaken bloot, journalisten geven voorlichting aan de samenleving over ons werk en vertelt óns wat er in de samenleving leeft. Wij moeten journalisten faciliteren. Maar hoe doen we dat? We moeten in elk geval vertellen waar zaken over gaan. We moeten open antwoorden op vragen van journalisten.’

De Greve greep die uitspraak aan om Neels aan het woord te laten. ‘Rechters hebben alleen de openbaarheid en de motivatie van een vonnis om hun werk te rechtvaardigen’, zei deze. ‘Wij moeten de media faciliteren. Advocaten laten weleens de processtukken in vertrouwen aan journalisten lezen. Het is belangrijk dat journalisten weten op welke feiten een zaak berust, want zij vervullen de rol van public watchdog of democracy. Het zou goed zijn als journalisten onder voorwaarden het hele dossier kunnen zien, want dan kunnen ze hun maatschappelijke rol spelen. Dan kennen ze ook de feiten die niet in de rechtszaal te horen of te zien zijn. Het is niet de bedoeling dat ze met een beter vonnis komen dan de rechter, zeker niet, maar dat ze het vonnis kunnen uitleggen. Het is beter dan dat ze dat op basis stukken dan op basis van giswerk doen.’

Neels’ oproep wekte niet bij iedereen enthousiasme op. Van de Puttelaar noemde het ‘griezelig’, omdat de dossiers vaak ook gevoelige gegevens bevatten over mensen die niet terechtstaan. ‘Ik zie de aansprakelijkheidstellingen al komen’, zei ze. De Meijer noemde het ‘een charmante, creatieve gedachte’, maar zag toch nog wel beren op de weg. ‘Hoe bepaal je welke journalisten betrouwbaar zijn?’

‘Nou komen we wel ergens’, viel Visser Neels bij. In reactie op Van de Puttelaar en De Meijer zei hij: ‘Als in het strafproces feiten spelen die we niet mogen noemen, krijg ik daar een ongemakkelijk gevoel bij.’ Openbaarmaking van het dossier leek hem een goede zaak. Jensma, die in het verleden ook weleens processtukken onder ogen kreeg, waarschuwde er wel voor dat zoiets kan leiden tot al te gedetailleerde artikelen.

Neels bleef onverstoorbaar. ‘Natuurlijk zijn er duizend bezwaren te bedenken, maar juist openbaarheid rechtvaardigt rechtspraak in de samenleving. Bovendien: alle beroepsgroepen worstelen ermee, maar in de huidige, liberale West-Europese samenleving wordt het geaccepteerd. We moeten er professioneel mee om gaan. Om te kunnen analyseren wat ze horen, moeten journalisten over alle stukken beschikken. Om dat goed te doen, zullen ook zij moeten professionaliseren.’

Toen De Greve de zaal om reacties vroeg was Geert Corstens, voormalig president van de Hoge Raad en juryvoorzitter van de Persprijs Jacques van Veen, de eerste die het woord vroeg. ‘Ingewikkeld’, noemde hij het vraagstuk van openbaarheid. De oplossing van Neels leek hem niet erg aan te spreken. ‘Het gaat om de motivering van een vonnis en de openbaarheid van de zitting. De tijd daarvoor nemen is belangrijk bij de rechtspleging.’

Toen De Greve na enkele minuten de discussie afbrak omdat het tijd werd om bekend te maken wie de Persprijs Jacques van Veen had gewonnen, waren de gemoederen nog niet bedaard. In de toespraak waarmee hij bekend maakte dat oud-journalist en oud-rechercheur Michiel Princen de prijs had gewonnen met zijn boek ‘De gekooide recherche’, stelde Corstens dat het recht te belangrijk is om alleen aan juristen over te laten.

Bij de borrel werd aan verschillende tafels nog over het onderwerp nagepraat.